Main Content

Geschiedenis van moraal en God in Nederland Boek van de week: Vuijsje over Gebod zonder God

  • 21 september 2007
Zoom

Nergens ter wereld is de ontkerkelijking zo hard gegaan als in Nederland. God is een Ietsisme geworden, en hel en hemel zijn afgeschaft. De Nederlander staat er alleen voor. Zonder God moet hij toch naar het gebod leren leven. Kan dat? Schrijver en socioloog Herman Vuijsje denkt van wel. Als we ons christelijke verleden maar op eigentijdse wijze leren onderhouden, en oude rituelen in een nieuw moreel jasje durven te steken.

Geschiedenis van moraal en God in Nederland

‘De mensen zijn door God geschapen om Hem te eren en te dienen, en daardoor gelukkig te zijn, eerst hier op aarde en later voor eeuwig in de hemel’. Zo luidde het antwoord op vraag 48 uit de oude katholieke schoolcatechismus. Aan dat antwoord moest ik vanzelf denken bij het lezen van het nieuwste boek van Herman Vuijsje ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen‘, waarin de auteur zich afvraagt of er zonder God ook een deugdzame moraal mogelijk is.

In mijn herinnering was de vraag wat informeler gesteld en ook het antwoord wat minder deftig. De catechismus, zoals ik hem als kind leerde, ‘vroeg’ ons ‘waartoe wij op aarde waren’. Dat was vanzelfsprekend om in later in de hemel te komen, en dat bereikte je door nu een oppassend jongentje te zijn, legde ook mijn ouders uit. Nog veel mooier stond de christelijke levenseis beschreven in ‘Het klein missaal voor kinderen’, dat je kreeg na het doen van je eerste heilige communie (als je voor het eerst van de hostie, het lichaam van Christus, mocht proeven). ‘Ik wil uit liefde tot U, vandaag heel goed mijn best doen om braver te worden’. Zo was, klip en klaar, in een van de eerste regels van ‘het morgengebed’ voor een achtjarige de hele christelijke ethiek van een kleine 2000 jaar samengevat. Wie God liefhad, had ook de mensen lief, en vanzelf zou God jou dan ook liefhebben en te zijner tijd klaar staan met het hiernamaals. Het was, in zekere zin, een variant op: I am Okay, you’re Okay, met God als bondgenoot.

Goed doen op aarde was jou aandeel in het contract, God zou dan het Zijne doen. Katholieken leefden vanuit dat contractgeloof, dat voor protestanten officieel niet bestond (hoewel er in verschillende protestantse kerken wel degelijk op een aangename voortzetting aan gene zijde werd gerekend, maar dat mocht niet hardop gezegd of zwart op wit beschreven worden). Maar wat ook de verschillen waren in heilszekerheid, alle christenen oefende zich in deugdzaamheid met behulp van bijbel, gebedsboekjes, kerk, pastoor en dominee.

Dat deden ze heel lang in ons deel van de wereld, totdat daar in de jaren zestig-zeventig de klad in kwam. Dat wij -- mijn broers, zussen en ik -- van ons geloof vielen was voor mijn ouders --en voor al die andere ouders van onze generatiegenoten -- wel te begrijpen; aan een ritueel kaalgeplukte kerk was immers niets meer te ontlenen. Dat wij daardoor niet ineens ‘slechte mensen’ werden, snapten ze ook wel, want ‘we hadden het allemaal nog meegekregen’. De christelijke ethiek zat zogezegd van kinds af in ons innerlijk systeem.

Welbeschouwd is het precies deze breuk -- niet meer geloven, maar nog wel handelen volgens de aangegroeide waarden en normen -- die Vuijsje tot het schrijven van zijn boek heeft aangezet. Zelf niet religieus opgegroeid vraagt hij zich af of Nederland een soort goddeloos gidsland is of dat het dat wellicht kan worden. Om die vraag te beantwoorden loopt hij de hele geschiedenis van de christelijke ethiek na, van zondeval, tot hemel en hel als belonings- en strafinstrumenten. Hij beschrijft hoe God van een strenge ouderwetse vaderfiguur veranderde in een soort beminnelijke ‘laat maar waaien’-figuur, in een soort moderne ouder dus, die het de kleintjes maar een beetje laat uitzoeken.

De schrijver die eerder in een boek als ‘Correct’ ernstig twijfelde aan het nut van de zachte hand, die in de samenleving sinds de jaren zestig de hoogste opvoedkundige wijsheid zou zijn, lijkt niet helemaal gerust op het experiment dat in Nederland gaande is. God kreeg ‘het vroeger toch maar voor elkaar dat ze met hun fikken van je autoradio en je vrouw afbleven’ schrijft hij.

Toch is zijn prettig geschreven en bij tijd en wijle even serieuze als hilarische boek geen pleidooi voor een herinvoering van het soort morgengebedboekje uit mijn jeugd. Goed je best doen om braver te worden, moet voortaan zonder God, schrijft Vuijsje. Het kind moet voortaan op eigen benen staan, zonder vooruitzicht van de hemelbeloning. Maar helemaal alleen staat het er niet voor. Er is een grote rijkdom aan rituelen waaruit het kan plukken. De geseculariseerde bedevaartstocht naar Santiago de Compostella, die Vuijsje zelf ooit maakte is er één van. Een ander ritueel is de Mattheus Passie. Nergens ter wereld is dit zo’n eigentijdse happening van verbondenheid als in Nederland. Er is, kortom, reden tot hoop, aldus Vuijsje.

Jos Palm, redacteur OVT

Herman Vuijsje, ‘Tot hier heeft de Heer ons geholpen. Over godsbeelden en goed gedrag’, Contact, 271 p., E 24,90