Een kalme, genuanceerde biografie Boek van de week: Joop den Uyl

- Zoom
- boekomslagdenuyl
Het gebeurt niet vaak dat de verschijning van een biografie voorpaginanieuws is. Over de Lockheed- en Northrop-affaires kunt u in vrijwel alle media al genoeg lezen, maar wellicht is het ook eens aardig om op de hele biografie van het fenomeen Joop den Uyl in te gaan. Pas ruim 20 jaar na zijn dood verschijnt deze. Anderen hebben eerder pogingen gewaagd, maar staakten voortijdig. Het schrijven van een biografie van Joop – zoals Bleich hem steevast noemt – is kennelijk niet eenvoudig. Waarom? En in hoeverre is de biografie van Anet Bleich geslaagd?
Een kalme, genuanceerde biografie
Vrijwel alle biografen zullen een zekere sympathie voor hun hoofdpersoon koesteren – wat een min of meer noodzakelijke ‘afwijking’ is als je je jarenlang met iemand bezig houdt. Biografen lopen, dat is genoegzaam bekend, het gevaar zich teveel te identificeren met hun hoofdpersoon, wat kan resulteren in een te begrijpende, positieve beschrijving. De biograaf die deze valkuil wil vermijden, loopt het risico juist een te kritisch portret te schrijven. Het is dus zaak om kunstig te laveren tussen een overmaat aan empathie en een overmaat aan afstand. Vooral bij een biografie van Den Uyl, de polarisatiepremier, is oplettendheid geboden voor de levensbeschrijver
Joop is vermoedelijk de meest besproken premier die Nederland gekend heeft. De stelling ‘either you’re with him or you’re against him’ gaat misschien te ver, maar Joop roept nog steeds bij velen uitgesproken reacties op. Een biograaf van Joop loopt dus het gevaar simpelweg het etiket ‘aanhanger’ of ‘tegenstander’ opgeplakt te krijgen. Anet Bleich verdient echter geen van beide etiketten. Ze beschrijft veel van de beelden die over Joop bestaan en probeert ze nauwkeurig te ontrafelen.
Lastig – maar interessant – voor de biograaf van Joop is dat deze een publieke rol van belang gespeeld heeft. Een biograaf kan dan niet een al te strikt persoonlijke invalshoek hanteren, want grotere maatschappelijke en politieke gebeurtenissen en ontwikkelingen spelen ontegenzeggelijk een grote rol in het leven van de hoofdpersoon (in de woorden van Bleich: ‘Den Uyls ontwikkeling en loopbaan hebben zich uiteraard niet op de maan afgespeeld’). Omgekeerd is het niet minder waar dat Joop een zekere invloed uitoefende op diezelfde gebeurtenissen en ontwikkelingen. Dit gold natuurlijk nooit sterker dan in zijn jaren als premier (1973-1977), maar in mindere mate ook voor bijvoorbeeld de Joop als journalist bij Vrij Nederland, als minister of als wethouder van Amsterdam (waar hij een ongebruikelijk omvangrijke portefeuille had).
Hoe legt Bleich de balans tussen persoonlijk en publiek? Waar houdt biografie op en waar begint geschiedschrijving?
Bleich beschrijft Joops ontwikkeling grotendeels chronologisch. In grofweg de eerste helft van het boek – van het ietwat ongelukkige schoolkind via de tobberige puber naar de journalistiek actieve student Joop – staat de ontwikkeling van zijn denken centraal. Hoewel de mensen, boeken en ideeën die hem hebben beïnvloed veel ruimte krijgen, blijft Joop zelf steeds het middelpunt. Veel nadruk krijgen Joops worsteling met zijn geloof en de impact van de Tweede Wereldoorlog.
Naarmate Joop een grotere publieke rol gaat vervullen – als journalist bij Vrij Nederland, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, wethouder te Amsterdam, kamerlid, minister en premier – komt de persoon Joop eigenlijk wat minder prominent voor. De historische (politieke) gebeurtenissen en achtergronden nemen in dit deel in omvang toe. Toch weet Bleich beide aspecten organisch te combineren: de uitweidingen staan in dienst van het begrijpen van het denken en handelen van Joop, en vormen een natuurlijk onderdeel van haar boek.
Al met al is Bleich erin geslaagd een genuanceerde, neutrale biografie te schrijven met een goede mix van biografie en geschiedschrijving. In de eerste hoofdstukken ligt de nadruk meer op de biografische kant: een publiek persoon was hij toen immers bepaald nog niet. Dit betekent niet dat historische achtergronden aanvankelijk geheel ontbreken, maar Bleich concentreert zich dan hoofdzakelijk op de jonge Joop en zijn ontwikkeling.
In het boek komen natuurlijk veel bekende episodes aan bod, zoals het huwelijk van Beatrix en Claus, de nacht van Schmelzer, de Lockheed-affaire, de olieboycot en de treinkapingen. Daarnaast werpt Bleich echter ook licht op minder bekende, maar zeker niet minder interessante kwesties: de tijdelijke interesse van de vooroorlogse Joop in fascistische opvattingen en natuurlijk de Northrop-affaire, waarvan Joop vreesde dat het de constitutionele monarchie kon opblazen – wat hem deed besluiten de hele zaak in de doofpot te stoppen. Hoe interessant deze laatste kwesties ook zijn, het zou dit boek tekort doen wanneer de indruk gewekt zou worden dat het om dit soort zaken gaat.
Waarom dit boek zeker gelezen moet worden? Het portret schetst de ontwikkeling van Joop den Uyl op een genuanceerde, zoekende wijze. Bleich probeert zo goed mogelijk in kaart te brengen hoe en waarom hij handelde en dacht als hij deed. Ze probeert hem te begrijpen en begrijpelijk te maken, en slaagt daar wonderwel in.
Joop Hopster, medewerker OVT
Anet Bleich, ‘Joop den Uyl 1919-1987. Dromer en doordouwer’ (Balans, 2008)