Over de heldinnen van het aanrecht en de wastobbe Boek van de week: de Hollandse huisvrouw
Is de deeltijdarbeid nu een hoogtepunt of een dieptepunt in de geschiedenis van de huisvrouw? Deze en andere actuele vragen worden beantwoord in een even degelijk als helder leesbaar boek over ontstaan en ontwikkeling van de Hollandse huisvrouw.
Over de heldinnen van het aanrecht en de wastobbe
Nederland kent drie stereotype figuren in de geschiedenis: de dominee, de koopman en – jawel – de huisvrouw. De dominee is allang geen stijve figuur meer, de koopman is zijn deftigheid kwijt, en ook de huisvrouw lijkt niet meer wat ze ooit geweest is. Ze staat niet meer uren achtereen in de keuken of in het washok. Ze is deeltijdhuisvrouw geworden. Naast haar huishouden heeft ze haar werk, of haar tennisbaan, haar wandelclub of leesclub.
Over de Hollandse huisvrouw is onlangs een boek verschenen, geschreven door de historica Els Kloek, getiteld, Vrouw des Huizes. En wat blijkt: De huisvrouw bestaat niet meer, ten minste niet meer als ‘heldin van de wastobbe en het aanrecht’ , zoals ze beschreven is in een propagandafilm van de ’Rooms Katholieke Bond voor Groote Gezinnen’. Eigenlijk heeft dit type poets- en beddenopmaakvrouw voor hele dagen, maar een kleine halve eeuw bestaan, zo ergens tussen de jaren twintig en zestig van de vorige eeuw.
Heel de geschiedenis daarvoor kan gezien worden als een lange aanloop naar dit eindpunt, maar evenzogoed kan ze in het teken gezet worden van de strijd voor behoud van zelfstandigheid van de vrouwen, die uiteindelijk in de jaren zestig-zeventig van Joke Smit en Dolle Mina beslecht wordt in het voordeel van het zwakke geslacht.
Els Kloek lijkt voor deze laatste benadering te kiezen. Haar vrouwen zijn vanaf de Middeleeuwen zelfstandige dames, en regelmatig hebben kenaus er de broek aan. De Nederlandse vrouw is zogezegd redelijk zelfstandig, dat leert de geschiedenis. Tot ver in de zeventiende eeuw verbazen buitenlandse toeristen zich ook over haar status hier te lande.
Vanzelfsprekend waren er ook allerlei pogingen om de vrouw op haar plaats te houden of te krijgen. Een belangrijk moment in het domesticeren van de vrouw tot huisvrouw was het jaar 1637, toen de Statenvertaling uitkwam. Van de oorspronkelijke ‘Herbreeuwse’ tekst uit Spreuken 31: 10-31 – ‘wie zal vinden een vrouw van kracht’ – hadden de heren theologen gemaakt: ‘ Wie zal eene deuchdelicke huysvrouwe vinden?’
Maar ondanks dit soort seksuele disciplineringen, zou de Hollandse huisvrouw nooit volledig getemd worden, behalve dan in die veertig jaar tussen 1920 en 1960. Hoe de huisvrouwenhistorie toe groeide naar dit uitzonderlijke intermezzo en zich daarna weer verder ontwikkelde, is door Els kloek even degelijk als hilarisch beschreven in dit boek voor vrouwen en voor mannen.
Jos Palm, redacteur OVT
Els kloek, ‘ Vrouw des huizes. Een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw’, Balans, 255 blz.
