De economische, politieke en persoonlijke geschiedenissen van de Euro De Euro, Twintig Jaar na het Verdrag van Maastricht
Roel Janssens 'De Euro, Twintig Jaar na het Verdrag van Maastricht' komt op een interessant moment uit. Het is deze februari precies twintig jaar geleden dat het Verdrag van Maastricht, dat de basis vormt van de Euro, ondertekend is. Juist nu lijkt het optimisme over de gemeenschappelijke munt verder weg dan ooit. Een uiterst wrang jubileum dus. Ook Janssen roert de crisis aan, maar zijn boek gaat vooral over de aanloop naar het Verdrag van Maastricht en de uiteindelijke invoering van de euro in 2002. Aan de hand van gesprekken met zes hoofdrolspelers tijdens het verdrag van Maastricht beschrijft Janssen de belangrijkste economische, politieke en persoonlijke verwikkelingen, voor, tijdens en na Maastricht.
Janssen geeft in de inleiding van zijn boek helder weer wat er zowel aan het verdrag van Maastricht scheelde, en dat is nogal wat. Kort samengevat komen de manco’s neer op het feit dat het ontbreekt aan een centrale autoriteit die de (inmiddels) 17 zeer diverse euro-economieën stuurt, terwijl al deze verschillende landen wel ‘het keurslijf van een munt’ dragen. Daarnaast waren de begrotingscriteria die opgenomen waren in het verdrag niet afdwingbaar; landen die tot de eurogroep toetraden voldeden niet aan de eisen en ook na de invoering van de euro weken de sterkere broeders van de Eurogroep, zoals Duitsland, af van de begrotingscriteria. De gevolgen zijn bekent: een ‘combinatie van een landencrisis en bankencrisis’ heeft geleid ‘ tot een giftige cocktail zonder remedie’.
Dat er zoveel mis was aan het verdrag van Maastricht, was onder een groep economen begin jaren negentig ook al bekend. De fouten en manco’s lijken nu overduidelijk. Janssen stelt daarom dan ook de vraag hoe en waarom het komt dat politici en economen destijds in Maastricht deze overduidelijk zwakke plekken niet zagen, of niet wilden zien.
Bij de korte ontstaansgeschiedenis die Janssen schetst, wordt duidelijk dat er in de weg naar Maastricht lang niet alleen economische aspecten aan de orde waren. Dat het verdrag in Maastricht in 1991 begon is geen toeval. Na de omwentelingen van 1989 kwam het monetaire project in een stroomversnelling. Frankrijk zag grote mogelijkheden na de val van de Muur. Omwille van de Duitse hereniging was Kohl bereid om een Monetaire Unie te steunen. Op deze manier zag Frankrijk zijn lang gekoesterde wens in vervulling gaan om de macht van de D-mark en de Bundesbank in te kapselen in een Europees verband. Door de sterke D-mark en de omvang van de Duitse economie was de Bundesbank jarenlang oppermachtig in de Europese Monetaire samenwerking, tot grote ergernis van Frankrijk.
Dat de Euro voor een groot deel een politiek project is, wordt ook duidelijk uit de verhalen van de zes kopstukken van dit boek. Ruud Lubbers schetst te totstandkoming van de Euro vooral in een internationaal-politiek perspectief, met de implosie van het Sovjetimperium en de hereniging van Duitsland als hoofdzaken. Wim Kok, Andre Szász en Cees Maas belichten de totstandkoming van de Euro in een economischer en financieel perspectief, terwijl Hans van den Broek zich concentreert op de politieke verwikkelingen rond Maastricht en de Zwarte Maandag van de Nederlandse diplomatie. Op deze Zwarte Maandag werd een Nederlands voorstel voor Europese samenwerking in de richting van een Politieke Unie tegen alle verwachtingen in genadeloos neergesabeld. Wilfried Martens, tenslotte, beziet Maastricht en de jaren daarna vanuit het Belgische oogpunt en beschrijft de grote rol die de Europese Volkspartij (EVP) heeft gehad in de aanloop naar Maastricht.
Een klein minpunt van de gesprekken met deze hoofdrolspelers van Maastricht is dat zij slechts ten dele de vraag beantwoorden hoe het komt dat de zwakke punten uit het verdrag niet bijtijds werden herkend. Volgens Lubbers voorzag men in 1992 nog niet de gevolgen die het doorgeslagen casinokapitalisme later zou hebben op het financiële systeem. Uit de verhalen van de andere oud-politici en topambtenaren komt ook naar voren dat men in Maastricht gewoon erg optimistisch was: men ging er van uit dat de diverse euro-economieën vanzelf wel naar elkaar zouden groeien en dat een sturende Politieke-Unie vanzelf zou volgen. Opvallend is dat dit optimisme tijdens Maastricht afwezig was bij Szász en Maas die zich beide met de financiële en economische aspecten bezighielden bij Maastricht.
Deze zes verhalen vertellen op een heldere en duidelijke manier het verhaal van de Euro. Naast de onvermijdelijke financiële aspecten spelen ook politieke – en persoonlijke verwikkelingen en geestige anekdotes een groter rol. Hoewel veel van de politieke en persoonlijke zaken op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, zijn ze blijkens veel van de verhalen toch verweven. Alles heeft met elkaar te maken. Uit de Euro wordt daardoor duidelijk dat de gemeenschappelijke Europese munt niet alleen een economisch project is, maar vooral ook een politiek project. Door deze grote variëteit aan verhalen en invalspunten en een heldere schrijfstijl is de Euro een goed en interessant boek, zelfs voor de complete financiële leek.
'De Euro, Twintig Jaar na het Verdrag van Maastricht' - Roel Janssen, uitg. de Bezige Bij, isbn 978 90 234 7234 6 | € 17,90
