Hoofdinhoud

De lange weg naar Darwin 13: De natuur volgens Abû Ja`far Ahmad ibn abî l-Ash`ath

  • 17.11.2010
<p>Galenus, de Romeinse arts uit de 2e eeuw</p>
Vergroten

Galenus, de Romeinse arts uit de 2e eeuw

De Lange weg naar Darwin De ontwikkeling van menselijke opvattingen over hun eigen plek in de natuur voorafgaand aan Darwin. Afl. 13: De natuur volgens Abû Ja`far Ahmad ibn abî l-Ash`ath

OVT 10 januari 2010 uur 2 (8 min)

Het lijkt een mijl op zeven op de lange weg naar Darwin, maar we maken met arabiste Remke Kruk een omweg naar de Arabische wereld van de tiende eeuw, want dat is de tijd waarin de Arabische cultuur en wetenschap op zijn hoogtepunt is. In Mosul, wat nu in Irak ligt, woont en werkt een geleerde die voluit Abû Ja`far Ahmad ibn abî l-Ash`ath heet. Hij is een medicus, opgeleid in de klassieke traditie, gevormd door klassieke werken als die van Aristoteles en Galenus. Al deze teksten worden bewaard, vertaald en bestudeerd door Arabisch-talige geleerden. Ibn abî l-Ash`ath is een van hen. Wat hem zo aardig maakt voor deze serie, is dat hij een boek heeft geschreven dat Boek over de Natuur van de Levende Wezens heet. Ibn abî l-Ash`ath classificeert de dieren in dit werk op meerdere manieren, bijvoorbeeld in mensen, dieren waarover de mens heerst, huisdieren dus, en wilde dieren, waarover niemand heerst.
Over de relatie van mens en dier is de geleerde niet eenduidig: de mens staat op de bovenste tree van de schepping, maar toch maakt de mens wel onderdeel uit van de natuur en wordt hij gevormd door zijn omgeving.
Maar Ibn abî l-Ash`ath deelt de natuur ook onder volgens theoretische principes, die afgeleid zijn van de opvatting dat alle levende wezens invloed ondervinden van de omgeving waarin ze verkeren. Warmte, kou, vocht en droogte hebben ieder een eigen invloed op de vier humoren: zwarte en gele gal, bloed en slijm.
God staat hier eigenlijk buiten. Hij heeft de aarde geschapen, met natuurwetten en al. Maar toen dat eenmaal marcheerde, liet hij het begaan.
De Moslims van de tiende eeuw maakten zich nog weinig zorgen over eventuele grenzen en verboden die hun denken aan banden zouden leggen.
De Middeleeuwse denkers die later in onze streken actief zouden worden, kenden de klassieke teksten onder meer uit Arabische bronnen die in het Latijn waren vertaald.

Van het boek van Abû Ja`far Ahmad ibn abî l-Ash`ath bestaat nog geen voltooide vertaling in het Nederlands. Remke Kruk heeft delen vertaald.