Hoofdinhoud

De lange weg naar Darwin 22: Jean-Baptiste de Lamarck en de overerving van verworven eigenschappen

  • 17.11.2010
43328522
Vergroten
43328522

De Lange weg naar Darwin De ontwikkeling van menselijke opvattingen over hun eigen plek in de natuur voorafgaand aan Darwin. Afl.22: De eerste evolutionist: Bert Theunissen over de Franse bioloog Jean-Baptiste de Lamarck

OVT 4 april 2010 uur 2 (8 min)

Voor deze aflevering van de lange weg naar Darwin kunnen we blijven waar we de vorige week al waren, namelijk in de Jardin des Plantes in Parijs. Op de vorige halteplaats van deze serie heette die nog de Jardin du Roi, de tuin van de koning, waar du Buffon de baas was in dienst van Lodewijk XVI.
Maar nu is het 1809 en alles is veranderd. Revolutie heeft de wereld op zijn kop gezet, de koning is onder de guillotine gedood en oud beschermeling van Buffon: Jean Baptiste Lamarck, die op het hoogtepunt van de revolutie de tuin heeft omgedoopt in het feitelijke: Jardin des Plantes (tuin van de planten) is hoogleraar en curator aan het natuurhistorisch museum dat daar staat.
Beweerde zijn beschermheer Buffon een halve eeuw geleden nog voorzichtig dat soorten misschien niet eeuwig hetzelfde blijven, nu, na zoveel revolutie en verandering in de verhouding die onwrikbaar hadden geleken, was de opvatting dat soorten ook veranderen gemeengoed geworden.
In 1809, het geboortejaar van Darwin, publiceert Lamarck zijn filosofie van de zoologie, waarin hij een eerste evolutietheorie uiteenzet.
Een van de aanleidingen die Lamarck ertoe brachten een evolutie te postuleren was de bewering van de Franse geoloog Georges Cuvier dat dieren uitsterven. Dat vond Lamarck een onverdraaglijke gedachte. De mammoet was niet uitgestorven, stelde Lamarck, maar veranderd. De olifant is eenvoudig een veranderde mammoet. De evolutietheorie stelde hem in staat niet in uitsterven te hoeven geloven. Lamarck ging ervan uit dat verworven eigenschappen konden overerven. De giraffe kreeg in de loop van de tijd een lange nek doordat hij, door zich in te spannen hoge blaadjes te pakken, zijn nek steeds verder uitrekte. En die uitgerekte nek erfde over, zodat de jongen al met een voorsprong begonnen en hun nek nog verder zouden kunnen rekken.