De Lange weg naar Darwin 17: Descartes

- Vergroten
- De regenboog als Bijbels symbool
De Lange weg naar Darwin De ontwikkeling van menselijke opvattingen over hun eigen plek in de natuur voorafgaand aan Darwin. Afl. 17: Eric Jorink, onderzoeker verbonden aan het Huygens Instituut, over Descartes en het dier als uurwerk
OVT 14 februari 2010 uur 2 (8 min)
Ook Calvijn kon niet alles voorzien toen hij wetenschappers aanmoedigde om de natuur te bestuderen. Wie regelmatigheden en natuurwetten blootlegt, zei hij, vindt niets minder dan Gods eigen vingerafdruk. Waar orde is, is God, dus: ga vooral je gang en prijs de heer.
Dit leidde tot een enthousiast wetenschappelijk klimaat in de Lage Landen. Prominente godsvruchtige vaderlanders als Constatijn Huygens volgden onderzoekingen, proefnemingen en nieuwe ontdekkingen met opgetogen belangstelling.
Wat Calvijn niet voorzag, was dat al die jonge calvinisten die zich zo onbekommerd op deze gode welgevallig mode stortten, allerhande vrijdenkers zouden aantrekken.
Zoals René Descartes (1596-1650), die zich in 1628 in de Republiek vestigde om hier zijn ideeën te ontwikkelen en te publiceren. Want die atmosfeer van vrijmoedige belangstelling zorgde ook voor beschutting en relatieve vrijheid van spreken. Heel aantrekkelijk voor vrijdenkers, vooral als je je bedenkt dat in de jaren 30 van de 17e eeuw Galileo zich nog in Rome moest verantwoorden voor zijn waarnemingen en theorieën.
Achteraf gezien ligt het voor de hand dat met die vrijheid van redeneren ook de rol van de Schepper wel eens zou kunnen worden bevraagd. En dat gebeurde ook. Descartes vond allerlei regelmatigheden in de natuur, maar de conclusie die hij trok was heel anders dan die van Calvijn, en veel van zijn welwillende calvinistische toehoorders en lezers: de natuur is geen etalage van Gods grootheid, noch van zijn geheime symbolentaal, en al helemaal niet van de ordenende principes van Aristoteles, die door klassiek geschoolde middeleeuwers tot canonieke denker was verklaard.
Nee, voor Descartes was de natuur enkel materie in beweging. En ook mensen en dieren waren niet meer dan uurwerken of molens die door mechanische principes werden voortgedreven.
Met Descartes filosofie was na een kleine 2000 jaar de stellingname van Lucretius weer terug, namelijk dat Goden zich niet bemoeien met de wereld. God was hoogstens een klokkenmaker, die het uurwerk had opgedraaid en vervolgens de natuur op haar beloop liet. Toen de theologen in Nederland de implicaties van de stellingname van Descartes doorkregen (dat begon in Utrecht in 1640) was het schisma geboren tussen wetenschappers en theologen.
Want zo had Calvijn het niet bedoeld.
En ook al was het dier als machine voor Darwin alweer lang achterhaald, de breuk tussen de kansel en de wetenschap heeft ook hij aan den lijve ondervonden.
Boeken van Eric Jorink:
'Geef zicht aan de blinden'. Constantijn Huygens, René Descartes en het Boek der Natuur
Primavera Pers
ISBN: 978-90-5997-064-9
Het boek der Natuere
Primavera Pers
ISBN: 978-90-5997-027-4