Hoofdinhoud

Column Nelleke Noordervliet

  • 26.06.2011

Griekenland

Een jaar of vijf geleden was ik in Athene. In boekhandel Hestia aan de Odos Solonos werden twee van mijn in het Grieks vertaalde romans gepresenteerd met een openbaar interview. Mijn vertaalster Ynn Baltas-van Dijk fungeerde als tolk. Tijdens de discussie met het publiek kwam het nogal beladen thema van ‘schuld’aan de orde. De struise boekhandelaarster beweerde met veel overtuiging dat er bij de Grieken van ‘schuldgevoel’geen sprake is, zeker niet in die deprimerende, verwrongen westers-christelijke sfeer van zondebesef en boete. Even later nam een oude, imposante man het woord. Eenmaal meester van dat woord stond hij het niet zo snel weer af. Ik heb gemerkt dat dat een eigenschap van veel oude mannen is.Telkens als ik er tussen wilde komen schakelde de man over op een hoger en luider register en gaf me geen kans. ‘Ik ken de Nederlandse schilderkunst,’zei de man – en wat nu volgt is een samenvatting en een benadering van zijn betoog. ‘Daarin is geen spoor te vinden van de klassieken. Geen grote thema’s. En de Nederlandse literatuur kan niet veel voorstellen omdat ik geen enkele Nederlandse dichter ken. De beschaving van het klassieke Griekenland schijnt aan u daar te zijn voorbijgegaan. Ze wordt niet onderwezen, ze wordt niet vereerd, ze wordt in haar bestaan bedreigd door de moderne westerse cultuur die de grote bijdrage van de ouden miskent…’En zo ging het requisitoir een tijdje door. Het was de gram van een oude man die de heiige contouren van het oude Parthenon in een ver verleden zag verdwijnen. Niet alleen hadden de Turken en de Venetianen huisgehouden in het hart van zijn stad, erger nog was de verwatering van de antieke waarden tot een toeristische attractie. Hij voelde zich gedegradeerd tot een suppoost in een museum, terwijl hij en zijn landgenoten zouden moeten worden vereerd en erkend als de erfgenamen van een grote beschaving. Founding Fathers. Hij verweet mij, hij verweet ons, dat Griekenland niet meer is wat het was. Dat wij Griekenland reduceerden tot een eigenlijk oninteressante, stoffige curiositeit was een belediging zowel van het glorieuze verleden als van het niet minder heroische heden. Het publiek wachtte gespannen mijn reactie af. Ik gaf hem toe dat de Nederlandse schilderkunst dankzij de universaliteit van het visuele alom bekend kon zijn en dat zij zeker uitblinkt door haar bijzondere karakter, de intimiteit van het binnenhuis, genretafereeltjes en landschappen, maar dat de invloed van de klassieken op veel kunstenaars duidelijk aanwezig was. De mythologische voorstellingen van Rembrandt behoren tot zijn mooiste werk. Dat de Nederlandse literatuur minder bekend is, ligt niet aan de kwaliteit ervan, maar aan de omvang van het taalgebied, zo maakte ik hem duidelijk, en de nogal xenofobe houding van het meeste buitenland. Ik zou hem bovendien tal van auteurs kunnen noemen in heden en verleden die wel degelijk blijk hebben gegeven van kennis van de klassieken. En als hij de moeite wilde nemen mijn To onoma tou patros te lezen zou hij daar wel achter komen. Na afloop kwam hij naar me toe en na van Ynn te hebben vernomen dat ik in het Frans aanspreekbaar was, zei hij: ‘Madame, vous etes une exception.’ Zijn Griekse eer was gered.
Ik heb de laatste tijd wel eens aan de boekhandelaarster en de oude man moeten denken. De achterkant van hun medaille van trots, eer, onafhankelijkheid, traditie is corruptie, anarchie, zelfverrijking, bedrog. In zijn nieuwe boek over het ontstaan van de moderne staat en de moderne democratie slaat Francis Fukuyama het klassieke Athene over. Niets bakermat. Hooguit een eigenaardige voetnoot bij het grote verhaal. Ach ach arm Griekenland. Jullie blijft niets bespaard. Hubris en hamartia. Peripetie en katharsis. Medelijden en vrees. Het is een echte tragedie.