Column Nelleke Noordervliet
De katholieke kerk
Ergens halverwege de jaren tachtig werden mijn man en ik door een nogal vrome Italiaanse zakenrelatie uitgenodigd voor een etentje in een bijzonder restaurant te Rome. Het was er vol, de sfeer was aangenaam, de bediening vriendelijk en voorkomend, het eten alleszins redelijk. Toen de maaltijd was gevorderd, en het dessert in zicht kwam gingen de deuren van het restaurant op slot. Bij de uitgang, bij de deur naar de keuken en op verschillende andere strategische plaatsen stelde zich het bedienend personeel op. De bedrijfsleidster klapte in haar handen en verzocht om stilte. Nee, ze gebood stilte. De gesprekken aan de diverse tafels verstomden. Elke tafel kreeg de tekst van een lied uitgereikt. Een ruisend bandje kraakte door een paar luidsprekers. Plotseling klonk de stem van de Heilige Vader, toen nog Johannes Paulus II. Hij droeg een persoonlijke boodschap voor en beval de gasten vroom te blijven, goede werken te doen en vooral ook de heilige Maria te blijven vereren. Hij van zijn kant zou ons in zijn gebeden gedenken. De stem stierf weg en een piano zette de muziek van het lied in. Ik herkende het. Bij ons in Nederland zongen we het als ‘Te Lourdes in de bergen verscheen in een grot, de heilige Maria, de moeder van God. Ave, ave ave Maria enzovoort.’ De gasten van het restaurant, al dan niet verrast, zongen het uit volle borst mee. Het intermezzo duurde een klein kwartiertje en werd uiteraard gecompleteerd met een oproep de organisatie te steunen die ook het restaurant in eigendom had. 'l'Eau Vive' heet het. Levend Water. De deuren gingen weer open, men kon weer naar buiten en naar de WC.
Toen we na het dessert het pand verlieten zagen we de bedrijfsleidster in haar kantoortje zitten. Tevreden telde ze het geld. Ik vond het een symbolisch beeld. Dwang, duiten en deugdzaamheid. Het klopt met alles wat ik van de kerk als instituut heb ervaren. En zo ben ik het dus niet eens met degenen die vinden dat de aartsbisschop van Utrecht, die op 18 februari zal worden beloond met de kardinaalshoed, niet voldoende empathisch heeft gereageerd op het rapport Deetman. Hij heeft precies zo gereageerd als het de Kerk past. Zoals Monseigneur Eijck zo is het instituut. Een instituut dat in de woorden van Sam Harris wel vrouwen excommuniceert omdat ze priester willen worden, maar geen priester excommuniceert omdat hij kinderen verkracht, een instituut dat artsen excommuniceert die abortus plegen om het leven van een moeder te sparen - zelfs als de moeder een negenjarig meisje is, verkracht door haar stiefvader en in verwachting van een tweeling - maar geen enkel lid van het Derde Rijk excommuniceert vanwege het plegen van genocide.
Een betere lakei dan Wim Eijck had de paus van Rome zich niet kunnen wensen. Het zou me van de bisschop en ook van de katholieke kerk ernstig zijn tegengevallen als ze de nu al jaren durende ophef over seksueel misbruik van kinderen op een juiste en menselijke wijze tegemoet waren getreden. Ik zou mijn beeld van de kerk hebben moeten bijstellen wanneer de prelaten, de paus voorop, diep door het stof waren gegaan en verregaande hervormingen in de gesloten en masculiene cultuur van de kerk hadden voorgesteld. Met een zucht van opluchting kon ik constateren dat ik nog altijd gelijk had: het is een foute organisatie die alles wat mooi zou kunnen zijn aan een religie bezoedelt en verpest.